Geschiedenis


R.K.S.V. Albertus Magnus

De Rooms-katholieke Studentenvereniging Albertus Magnus, kortweg Albertus, is een algemene studentenvereniging Groningen. Zij is opgericht op 14 december 1896 en vernoemd naar de middeleeuwse wetenschapper Albertus Magnus (ca. 1200-1280). De lijfspreuk van de vereniging luidt: Non Scholae Sed Vitae (niet leven om te leren, maar leren om te leven)


Geschiedenis

De vereniging is begonnen als een katholieke debatingclub. Een eigen gebouw had men niet, men vergaderde in cafés. De vereniging kreeg van de bisschop van Utrecht een moderator toegewezen. Dit was een priester die de vereniging met raad en daad terzijde stond. De Vereniging groeide langzaam van tien leden rond de eeuwwisseling tot zo’n vijftig man vlak voor de Tweede Wereldoorlog. Vanuit de katholieke kerk, wat toen nog de belangrijkste samenbindende factor was, werd een geestelijke toegewezen aan Albertus. Ook tekenend voor deze tijd is dat in 1915 de eerst vrouw lid werd van Albertus.


Tweede Wereldoorlog

Het Albertiaanse leven was gedurende de oorlog, zoals vele levens in deze periode waren, een tijd van angst en onzekerheid. Toen in 1941 op een Huishoudelijke Vergadering aan bod kwam dat Joden geen lid meer ochtend zijn van niet-commerciële verenigingen brandde er hevige discussies los. Door dit verzoek te honoreren zou Albertus zich om moeten vormen tot een Germaans-Arische vereniging. Aan deze onderdrukking wilde Albertianen zich niet toegeven en tijdens een gesprek met pater Vroom en de aartsbisschop van Utrecht werd besloten de vereniging formeel op te heffen. Van het opheffen was echter niet veel merkbaar. De avonden op de kasten, de Albertusmis, de cursussen en andere sociale activiteiten gingen in het geheim allemaal nog door.


FAAM

De eerste jaren dat vrouwen lid waren, speelden zij nog een geringe rol in het verenigingsleven en was er sprake van ongelijkheid in het lidmaatschap. Na de Tweede Wereldoorlog nam de toestroom van vrouwen toe, wat leidde tot de oprichting van een aan Albertus gebonden vrouwenvereniging: de Filiae Amicae Alberti Magni (Beminde Dochters van Albertus Magnus): de FAAM. De dames waren weliswaar financieel aan Albertus gebonden, maar hadden eigen ontmoetingsplaatsen en mochten slechts tot één uur ‘s nachts in het keldertje komen. Dit zal echter veranderen tijdens de omwenteling, waar later nog op teruggekomen zal worden.


Eerste Sociëteit

Direct na de Tweede Wereldoorlog werd het ledenaantal van Albertus bijna verdubbeld door de enorme toename van studenten. De roep om een eigen Sociëteit werd dan ook steeds sterker. In die tijd was een van de vaste ontmoetingspunten van de leden een keldertje op de hoek van de Zwanestraat en de Oude Boteringestraat, waar dhr. Nijborg uitbater was. Op 16 februari 1950 kwam Albertus met dhr. Nijborg overeen het ‘keldertje’ als vaste Sociëteit van hem te pachten.


Tweede Sociëteit

In de jaren vijftig groeide de vereniging gestaag verder, zodat het keldertje te klein werd. In 1960 kocht Albertus een grachtenpand aan het Hoge der Aa (nr. 12) en kregen de dames van de FAAM de beschikking over het achter het pand gelegen tuinhuis. Dhr. Nijborg verhuisde mee en werd Sociëteit Beheerder van het nieuwe pand en tuinhuis.


Brugstraat 8

In 1967 vertrok Albertus door het toenemende aantal eerstejaars en HBO’ers van de Hoge der Aa naar het pand aan de ‘Brugstraat 8’, waar u zich hoogstwaarschijnlijk zult bevinden. Er is eerst gekeken of de tuin aan de Hoge der A niet geschikt was voor een uitbreiding, met name de mogelijkheid voor een mensa was hiervoor de reden. Maar de gemeente stak hier een stokje voor vanwege het bouwverbod op de tuin.


Omwenteling

6 mei 1968 was een van de meest toonaangevende momenten in de geschiedenis van Albertus die haar heeft gemaakt zoals ze nu is, deze periode staat ook wel bekend als de omwenteling. Voor deze dag was het gebruikelijk dat het toenmalige sociëteitsbestuur om 1:00 uur het ‘Good Night Ladies’ lied inzette. Dit betekende dat de aanwezige vrouwen zich naar huis moesten begeven. Vier vrouwen gaven hier op de nacht van 6 op 7 mei 1968 echter geen gehoor aan. Na vele huishoudelijke vergaderingen werd uiteindelijk deze regel afgeschaft en werd het sociëteitsbestuur opgeheven.In oktober werd vervolgens eerste Kroeg Commissie en Commissie van Beheer benoemd. In deze nieuwe structuur kreeg de Kroeg Commissie ‘s nachts verantwoordelijkheid en de Commissie van Beheer de verantwoordelijkheid over administratieve zaken. Tot op de dag van vandaag is dit de organisatiestructuur binnen de vereniging.


Tine Griede

Een ander tekenend jaar in de geschiedenis was het verenigingsjaar 1977-1978. Het zittende bestuur had voor het eerst een vrouwelijke praeses gevraagd: Tine Griede. Haar inauguratie ging echter niet zonder slag of stoot. Voor de eerste keer in jaren werd er een tegenbestuur opgericht en moesten er bestuursverkiezingen plaatsvinden. Er vonden verhitte debatten plaats, maar zoals de Bokaal later schreef, was het toch eigenlijk meer “een storm in een glas water”. Na een aantal Huishoudelijke Vergaderingen werd Tine Griede toch geïnstalleerd als de eerste vrouwelijke praeses van de vereniging. Ook richtte zij dispuut De Muzen op. Tine Griede overleed 29 mei 2018.


Latere veranderingen

In eerste instantie was de Sociëteit op de Brugstraat niet zo groot als deze nu is. Het toelaten van niet-katholieken (1967) en HBO’ers (1968) zorgde er echter voor dat de Vereniging nog steeds hard groeide, waardoor verbouwingen noodzakelijk werden. In 1992 is daarom een grote verbouwing uitgevoerd waarbij niet alleen de Kroeg is vergroot maar ook de Leeszaal. Door de vergroting van de Kroeg werd er op het kroegdak een schitterend terras gecreëerd waar het op menig zonnige dag goed vertoeven is. In 2000 zijn het Nieuwe Pandje en de Schuit volledig afgebroken en in geheel nieuwe stijl weer opgebouwd. Dit alles heeft geresulteerd in een grotere Schuit die nu via een geluidsdichte corridor verbonden is met de Kroeg. In het Nieuwe Pandje kwamen de Borrelruimte en verschillende commissieruimtes. Op de bovenste verdieping zijn het Bestuur en de CvB werkzaam.

De belangrijkste structuur binnen de vereniging is de jaarclub, hoewel dit niet altijd zo is geweest. De vereniging telt daarnaast 28 verschillende mannen- en vrouwendisputen, verschillend in leeftijd en karakter. Er bestaan verder onder Albertus verschillende subclubs en sportverenigingen en de vereniging onderhoudt ook vele genootschappen, variërend van studiegenootschappen tot ludieke genootschappen. Een andere vorm van organisatie is dat Albertianen zich veelal in Albertushuizen vestigen.

Met meer dan 2400 leden is de vereniging de grootste studentenvereniging van Groningen en de tweede studentenvereniging van Nederland. De Sociëteit Eigen Huis, gevestigd aan de Brugstraat in het centrum van Groningen, is een rijksmonument.

Als traditionele vereniging heeft Albertus een verplichte introductietijd waarin de toekomstige leden kennis maken met de mores en tradities van de vereniging.

De vereniging heeft zitting in de overkoepelende organisatie van studentenverenigingen in Groningen, de Contractus.

De geschiedenis van Albertus bepaalt hoe de Vereniging nu is. Je zult veel van het verleden terugzien in het Albertiaanse leven van nu. Maar ook merk je ongetwijfeld dat er voortdurend van alles is veranderd en zal blijven veranderen. Ook een traditionele Vereniging als Albertus dient immers met haar tijd mee te gaan.